Transcriptie Aflevering 23

Het Onredelijke Midden

Hosts: Pim van den Berg (P) en Thijs Kleinpaste (T)

[intro tune]

T: Van harte welkom bij ‘Het redelijke midden’, de podcast die niet pretendeert dat ze begrijpt wat de Tiktoktieners doen als ze met dansjes revolutionaire propaganda verspreiden, maar ze wel onvoorwaardelijk steunt. Vandaag in de uitzending hebben wij Pim van de Berg

P: Welkom welkom

T: En mijzelf, mijn naam is Thijs Kleinpaste en wij gaan het hebben over iets heel vets. We hebben namelijk officieel toestemming gekregen van Mark Rutte om een revolutie te maken. Dat is fijn. Daar waren we al tijden op aan het wachten, op het officiële signaal dat het allemaal okee was. En we gaan het natuurlijk hebben over het redelijke midden, want daar is zoals altijd veel over te doen. We hebben het er eerder over gehad maar we raken er ook niet over uitgesproken. Maar misschien eerst die revolutie, Pim. Dat is een flinke opsteker, of niet, dat we nu toestemming hebben?

P: Ja, wat ik me wel afvraag, is: tegen wie moeten we die revolutie voeren? Dat is me niet helemaal duidelijk.

T: Oh wacht even. Het is wel lullig als we dat tegen Rutte zelf doen, want hij heeft net heel fideel ons toestemming gegeven om dat te doen.

P: Ja, ik denk niet dat dat de bedoeling is.

T: Nee.

P: Kijk, zoals ik het zie: als Rutte oproept tot revolutie, volgens mij probeert hij dan te zeggen: negeer iedereen, verzet je tegen degenen die ons beleid dwarsbomen, die misschien kritiek op ons hebben. Misschien zijn er ouders of leraren die zeggen: neoliberaal is niet per se goed hè jongens? En wat de VVD doet met de vluchtelingen daar aan de Europese grens, is misschien niet helemaal koosjer. Díé moet je negeren. Daar moet je juist gewoon met een hooivork en stokken tegenaan gaan en luisteren naar de enige echte ware orde in de wereld: het kapitaal. Daar kun je zelf iets leuks mee doen, daar is geen orde, dat is neutraal.

T: Maak je er dan niet bijna teveel van, dat je denkt dat Rutte daar heel lang over heeft nagedacht? Is het niet dat hij dacht: dat is misschien wel gewoon een leuk woord waarmee ik een keer mooi sier kan maken ofzo?

P: Niet dat het heel…

T: Want hij had het tegen jongeren, toch? Voelde jij je aangesproken?

P: Ik ben 32, Thijs. Ik ben ouder dan jij.

T: Dat weet ik. Maar voel jij je jong?

P: Ik voel me wel jong want ik heb geen pensioen, geen koopwoning, geen vaste baan en geen kind. Geen huwelijk, geen vooruitzichten, geen fatsoenlijk gezichtshaar. Ik heb niks. Dus ja, ik zou eigenlijk wel in de doelgroep moeten vallen van Ruttes jongeren.

T: Eigenlijk wel, ja. Goed, dan voelen we ons misschien toch een klein beetje aangesproken. Ik heb ook geen pensioen en geen hypotheek, en ook geen kinderen. Ik ben wel getrouwd.

P: Gefeliciteerd

T: Dankjewel. Dus ik ben eigenlijk ook nog wel in die zin een beetje jong ja. Ik heb ook geen multifocale bril, dit is gewoon een normale bril. Ik heb wel rugklachten, dus in die zin pas ik er dan misschien weer niet bij. En ik heb ook geen rare hobby’s ofzo, bijvoorbeeld urenlang aan de waterkant zitten vissen of in een schuurtje zitten en naar de politieradio luisteren.

P: Vrouwen op Twitter lastigvallen.

T: Nee, ook niet. Maar goed. Even terug naar de revolutie. Rutte heeft toestemming gegeven dat het nu revolutie mag worden en eigenlijk is het heel typisch Nederlands dat toen de revolutie niet ook meteen uitbrak, maar in plaats daarvan allerlei tv-programma’s dachten: ja dat is leuk, misschien kunnen we wat mensen die ook geen revolutie willen maken in de uitzending hebben, en toen waren er wat jongeren die betrokken waren geweest of zelfs organisator waren van de klimaatmars, als ik dat goed begreep. Er was op 20 mei bij Margriet van der Linden onder andere Stijn Warmerhoven, een jonge man, oprichter Youth For Climate NL, die zei: ‘Er is geen links of rechts, we zijn jongeren en één generatie moet in opstand komen.’ Om voornamelijk een soort klimaatrevolutie te ontketenen. Maar dit is wel die Nederlandse gezelligheid: oh leuk, revolutie. En dan ga je in een goed kringgesprek even praten over wat dat dan zou inhouden.

P: Kringgesprekken gaan wel vooraf aan de revolutie.

T: Is dat zo?

P: Ja, dat kun je ze niet verwijten. Ik heb nog altijd wel een hoop bewondering voor Occupy, die dat deden. Er is niet zoveel praktisch veranderd door Occupy maar ze hebben wel natuurlijk een hoop bewegingen geïnspireerd. En als ze ergens om verguisd en bespot werden, dan is het wel hun kringgesprekken.

T: Ja, met hun handsignalen en hun menselijke microfoons, dat ze elkaar gingen versterken door te herhalen onder andere. Ik heb denk ik een wat somberder beeld van Occupy. Ik denk dat ik er destijds cynisch over was. Er was ook Occupy op het Beursplein in Amsterdam en dat was toch een beetje een rare, dat was niet echt de Occupy zoals we hem zagen op Wall Street.

P: Nee, maar ze deden hun best, weet je. En laten we eerlijk zijn…

T: Ze deden hun best, maar het was een beetje een verzameling, een beetje een bijeengeraapt zootje.

P: Maar dat is ook de hele bedoeling en het mooie aan Occupy, dat was een horizontale en diverse organisatie zoals we hem niet vaak zien. En in alle eerlijkheid, Thijs, zaten we toen allebei nog in onze shitlib-jaren.

T: Ja dat is zo. Ik heb sindsdien Occupy meer gezien als een soort uiting van rouw ofzo. De hele wereld passeerde en ging eraan voorbij.

P: Dat denk ik niet. Volgens mij voelen we de schokgolven van Occupy nog steeds. Misschien is dit je eigen moedeloosheid die je projecteert op hun woede.

T: Dat zou kunnen, dat zou kunnen. Ik weet ook niet, misschien is dat inderdaad teveel pessimisme of cynisme.

P: Desalniettemin, Nederland heeft niet echt een sterke geschiedenis van revoluties.

T: Ja, Nederland heeft niet echt een krachtige revolutionaire traditie. Wat is de eerste revolutie in Nederland?

P: Opstand tegen de Spanjaarden?

T: Ja, is dat een revolutie? Dat is meer een burgeroorlog.

P: Misschien.

T: Het was oprecht een burgeroorlog. In de populaire geschiedschrijven wordt dat nog altijd voorgesteld als wij tegen de spanjolen, maar dat was niet zo. Tijdens het twaalfjarig bestand was het geen vrede in die provinciën maar stonden de protestanten en de katholieken elkaar naar het lijf. In verschillende steden zijn toen afscheidingshekken gebouwd om de twee groepen uit elkaar te houden en de misdaden die over en weer werden gepleegd, volgens mij waren het met name de protestanten die heel bruut huishielden. Het was echt afschuwelijk. Ik zou zeggen dat de opstand in Nederland meer in de traditie past van de religieuze oorlogen in het Europa van toen dan dat het echt een revolutie was. In ieder geval een revolutie zoals wij die kennen, die ook min of meer een democratisch mandaat heeft, volgens mij hebben we het dan in Nederland over de patriotopstand van 1787 en de batavenopstand van 1795, dat zijn wel een soort revoluties. De patriotten, dat mislukt, en de bataven moeten…

P: Wijken voor Napoleon?

T: Ja uiteindelijk moeten ze wijken voor Napoleon, maar het lukt ook aanvankelijk omdat Frankrijk een legioen stuurt. Dan is het een club heren die op goede ochtend, in de winter, want de Franse legers hebben onder andere door de strenge vorst die winter Noord-Nederland kunnen bereiken omdat ze gewoon over de rivier konden wandelen, maar die club heren…

P: Nederlandse heren?

T: Ja Nederlandse heren, Schimmelpenninck enzo, die was erbij.

P: En dit gaat leiden tot die Bataafse opstand?

T: Ja, die zeggen zeg maar het stadsbestuur in Amsterdam heel beleefd de wacht aan en dan nemen ze het bestuur over. Dat is dan de Nederlandse revolutie. *lacht* En uiteindelijk vinden de Fransen het welletjes geweest en dan volgt er nog een korte periode van een soort rare dictatuur van Schimmelpenninck, volgens mij is dat 1805 – 1806. En op een gegeven moment in 1806 wordt een neef van Napoleon, of een broer, geïnstalleerd.

P: Een broer inderdaad. Lodewijk. Die was aardig populair, overigens. Toen er een enorme explosie was in Delft, kwam hij er naartoe en hij leerde Nederlands en zorgde dat de hulp allemaal goedging enzo. Maar omdat hij teveel fraterniseerde met het Nederlandse volk, moest hij wieberen. Maar goed, de negentiende eeuw: hebben wij niet ook nog een leuke industriële revolutie gehad ofzo?

T: Industriële revolutie? Ja, wel een beetje, in textiel onder andere, in Twente en Brabant. Maar Nederland heeft… Dat was niet op dezelfde schaal als in bijvoorbeeld België en het Verenigd Koninkrijk. Nederland stond in de negentiende eeuw bekend als een beetje landerig enzo, dat er niet zoveel gebeurde.

P: Flauw.

T: Ja, sorry. Het was nu eenmaal zo.

P: En 1850?

T: 1848 ja, revolutiejaar in Europa, overal dikke pret. En lekker de bestuurders wieberen. Gewoon lachen, lol, beetje met de jongens en meiden op stap. Maar in Nederland niet. Alleen de koning had het heet onder zijn voeten dus die is toen pardoes afgetreden. Toen kreeg de commissie onder leiding van Thorbecke de opdracht een nieuwe grondwet te schrijven. Dus ook daar is niet echt sprake van een revolutie als wel van een soort ‘oei, er is iets op til, laten we maar meteen meebewegen’. Elders in Europa heb je echt he bewind dat dwarsligt, en een grote volksopstand, en de reactie met slachtpartijen waarbij het volk de kop wordt ingeslagen. Dan volgen er jaren van politieterreur en ook weer dictatuur soms. Maar die extremen lijken heel erg door de geschiedenis aan Nederland voorbij te gaan.

P: Doe maar gewoon, Gerrit, dan doe je al raar genoeg.

T: Bijna wel.

P: Ik moest mijn huiswerk een beetje doen voor de vergissing van Troelstra, in 1918. Ik heb daarvoor een boek, Nederland in de twintigste eeuw. En werkelijk de eerste zin waar dit boek mee opent is: de politieke geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw kent, in tegenstelling tot die van vele andere Europese landen geen diepe censuren, plotselinge breuken of politiek radicalisme met massale aanhang. En dat laat zich ook een beetje kennen in die vergissing van Troelstra. Pieter Jelles Troelstra was een sociaal democratisch politicus van de SDAP, die hij zelf heeft opgericht. Alles ging wel redelijk in Nederland, we begonnen de Eerste Wereldoorlog met redelijk goede moed want we zouden neutraal zijn, dus het overkomt ons allemaal niet. Maar het ging redelijk slecht met de voedselproductie en er begonnen allemaal revolutie en ellende over te waaien, gestaag, vanuit onder andere Duitsland. Uit angst dat kleinere linksere splintergroepen met die revolutionaire energie aan de haal zouden gaan, dachten Troelstra en de SDAP: weet je wat wij gaan doen, wij gaan zelf die revolutie uitroepen want dan staan we er tenminste op tijd bij. Alleen Troelstra had het een beetje verkeerd ingeschat. Ze hadden bij hun grootste verkiezingssucces van dat moment 22% van de stemmen, dus 22 van de 100 zetels, dat is niet super voor die tijd. De regering had al veiligheidsmaatregelen aangescherpt om de revolutionaire energie een beetje te ondermijnen. Dus wanneer in november 1918 PJ Troelstra in Rotterdam verkondigt dat de bourgeoisie op het punt staat de macht over te dragen aan de arbeiderspartij, loopt het een beetje af met een sisser. Hij krijgt weinig steun van zijn eigen partij, er is niet echt veel aanhang, en zelfs zo sneu, hij werd zo weinig serieus genomen dat hij zijn Kamerzetel niet verloor. Troelstra mocht gewoon terug naar zijn werk nadat hij nagenoeg had opgeroepen tot het ontslag van al zijn collega’s. Kun jij je voorstellen dat jij naar de uni gaat, en je pist over het kantoor van je decaan of weet ik veel wat voor superieur jij hebt, en dat die dan daarna zegt: nice, Kleinpaste, we’ll see you again on Monday?

T: *grinnikt* Nee, daar kan ik me weinig bij voorstellen.

P: Nee. Dus er moet wel heel weinig pis uit je zijn gekomen voor zo’n reactie.

T: Ik ben op maandag altijd vrij.

P: Maar dat is dus een beetje het revolutionaire karakter van Nederland. We noemen het ook de vergissing van Troelstra, er staat zelfs een standbeeld van Troelstra in Den Haag, zo ontzettend sneu is die revolutie afgelopen. Non-revolutie eigenlijk.

T: Er zijn ook echt talloze kwalificaties die historici door de geschiedschrijving heen aan ons land hebben gegeven als het gaat om dat revolutionaire karakter. Remieg Aerts met ‘land van kleine gebaren’, er is natuurlijk ook de beroemde stelling van James Kennedy uit ‘New Babylon in aanbouw’, een studie naar de jaren zestig, dat als er iets typerend is voor…

P: De historicus James Kennedy?

T: De historicus James Kennedy, uit zijn boek ‘New Babylon in aanbouw’, met de beroemde stelling dat als er iets is dat zeg maar de Nederlandse, je zou het niet eens elite willen noemen maar het Nederlandse establishment, de Nederlandse bestuurscultuur kenmerkt, dan is het wel de politiek van accommodatie. Eigenlijk meebewegen voordat de spanning echt kritiek wordt, heel snel nieuwe bewegingen proberen te absorberen en meebewegen, en later buigt het wel weer een beetje terug. Wat ook wel weer misschien een fijne nuance is van het idee van Nederland als gidsland, hoe het zichzelf zo graag zag, in ieder geval in de jaren negentig en de vroege jaren tweeduizend, dat Nederland misschien niet zozeer een gidsland is als wel gewoon een trendvolger ofzo.

P: We zijn altijd een trendvolger geweest want Nederland gidsland was ook alleen maar een inhaker op het misplaatst imago dat Nederland had, en toen bleek dat we eigenlijk bijzonder matig en een beetje naar waren zeiden we: we moeten niet het beste kindje van de klas zijn.

T: Ja precies. Maar dat kwam ook helemaal uit want dat waren we niet. Bij lange na niet.

P: Dat zijn we nooit geweest.

T: We waren een beetje de schlemiel van de klas die dan ook nog van zichzelf zei, tot de hoon van de rest, dat hij ook niet de beste van de klas wilde zijn. Maar goed. Nederland heeft niet zo’n indrukwekkende revolutionaire revolutie, zullen we maar zeggen.

P: Kunnen we het nog even hebben over de jaren zestig en zeventig? De provo’s, geen woning geen kroning, hadden we daar niet een beetje woede? Want de boomers gooien ons daar altijd dood mee, millenials hebben nooit op de barricades gestaan, neutronenbom, dat was een moment, ladieladiela. Wel de wereld voor iedereen verzieken maar dan alsnog ‘wij waren de revolutionairen’ roepen.

T: Dat is ook gewoon niet waar. Er was inderdaad veel protest, er waren de happenings, er was provo enzo in de jaren zestig. Veel daarvan overigens was ook wel weer naar het voorbeeld van Frankrijk, de soixant huitards, die daar Parijs aan het afbreken waren. Maar twee punten daarover. Een, als er nou één product is van de jaren zestig dat de tand des tijds heeft ontstaan dus niet is verdwenen, provo, kabouters, PSP, dat soort partijen, dan is het D66.

P: *lacht*

T: D66, mind you, partij die op werd gericht met de beroemde woorden: we moeten een revolutie maken voordat hij uitbreekt. En die echt actief heeft gezocht als partij, partij van nette mensen… Er is ooit iemand geweest die heeft gezegd ‘D66 is een boerenpartij voor nette mensen’, wat ik wel een mooie beschrijving vind. Maar D66 is de partij die uit de jaren zestig voortkomt en eigenlijk de tand des tijds heeft doorstaan, nog steeds met ons is, maar dat is bij uitstek de partij die vanuit een soort bedachtzame redelijkheid de revolutie wilde maken voordat hij uitbrak.

P: Bah. Bah. Bah.

T: Jij zegt bah. Okee. Dat is een stevige mening.

P: Het doet me trouwens denken aan…

T: Nog even, jij zegt, de boomers zeggen altijd dat wij niet revolutionair zijn. Maar dat is ook niet zo want ik herinner me nog goed dat we een aantal jaar geleden wekenlang het Maagdenhuis bezetten. Of we, mijn generatie, onze generatie.

P: Nou doctor Dan Hassler Forest die deed daar uitgebreid aan mee, die zat in onze podcast een aantal weken terug, ergo: wij waren er ook bij. Maar technisch gezien, ik zat ook in de organisatie van de nieuwe universiteit in Utrecht die onderdeel uitmaakte van de kritiek. Tandeloos, maar wel heel leerzaam. Ik durf wel ons te zeggen. Maar wat ook is blijven hangen van de jaren zestig is dat Willem Schinkel, of all people, Willem kom in het midden zitten, vertelde in een avond voor Rutger Bregman. Die had toen zijn boekpresentatie ‘Gratis geld voor iedereen’ en Schinkel deed daar een praatje en de titel van het praatje is: hoe de revolutionaire hippies van toen de systeembevestigende managers van nu zijn geworden. En als ik me dat goed herinner, ging dat er een beetje over dat wat de hippies wilden, individuele vrijheid en een beetje decadentie was, ze hebben dat bemachtigd en het vervolgens nooit meer losgelaten. En als je je vastbijt op individuele vrijheid, hoe pleit je dan nog voor wat je elkaar en een samenleving verplicht bent? Ik zet het artikel in de shownotes, dan kan iedereen het lezen. Willem Schinkel en Rutger Bregman, droomcombo.

T: Maar is dat dan niet ook tegelijkertijd de tekortkoming van het denken in generaties? Dat dat dus helemaal uitvlakt waar het in politieke zin om zou moeten gaan?

P: Allicht. Maar ik zag van de week nog een tabelletje voorbijkomen over de vastgoedwaarde van de gemiddelde generatiegenoot. Boomers hadden heel veel geld in vastgoed en millenials hebben eigenlijk gemiddeld nul dollar of euro aan vastgoed. En je politieke voorkeur, wordt enigszins beïnvloed door je materiele omstandigheden. Ik ben een boze linkse rakker omdat ik nogmaals niks heb. Als je een hypotheek hebt en kinderen en je bent wit en zit in een buitenwijk, kan ik me voorstellen dat je perspectief een beetje verschuift. En als dat generatiegebonden is, dan krijg je wel degelijk een kloof daartussen. Al zeg ik niet dat je daarom geen bruggen moet slaan tussen die generaties want we hebben elkaar allemaal nodig als we rijke mensen alles af willen pakken.

T: Ja maar op zijn best is generatie een proxy voor klasse, omdat je toch zegt van een generatie heeft min of meer vergelijkbare ervaringen, onder veranderende structurele omstandigheden die met de tijd veranderen, de economie, klimaatverandering, dat soort zaken. Niet dat dat natuurkrachten zouden moeten zijn, de economie althans niet, maar generaties hebben vergelijkbare ervaringen en dus is generatie een soort proxy voor klasse. Zeker als je die generatie maar genoeg uitwringt en uitknijpt, dan wordt het dat. En tegelijkertijd is het een manier om die klassevraag of die belangenvraag aan het gezicht te onttrekken door te suggereren dat er een soort eenheid is in die generatie die er niet is. Dus het is ook weer een soort accomoderende beweging.

P: Wat je wil zeggen is, ik heb leeftijdsgenoten die ook op Forum voor Democratie stemmen.

T: Ja precies, of leeftijdsgenoten die toch op een of andere manier mazzel hebben gehad.

P: En ik gun het ze van harte.

T: Of hulp bij het verwerven van een woning van bijvoorbeeld hun ouders die zich dat konden veroorloven. Maar als we het zo kijken, dan loopt er dus één lijn door de Nederlandse geschiedenis, waar ook die jongen bij Dit is M zei ‘dit is een revolutie van een generatie, het gaat niet om links of rechts’, wel weer heel typisch is voor die Nederlandse houding van accommoderen en de wezenlijke politieke vraag een beetje proberen weg te moffelen door te doen alsof het gaat om, weet ik veel, natuurlijk voortschrijdend inzicht van generaties, of dat er iets aan jongeren is dat leuk en nieuw en interessant en verfrissend is en zo. Maar goed, het is ook wel weer een ironisch commentaar bij ons. Wij kunnen wel met onze grote mond hier een beetje in de leegte blijven zitten schreeuwen maar vooralsnog, als we de geschiedenis van Nederland overzien dan is er één grote afwezige, zou de academicus zeggen, en dat is het revolutionair subject. Wie gaat die revolutie maken dan? Ga jij morgen, Pim, als je klaar bent met het monteren van de aflevering, op je fiets naar Den Haag?

P: Ik ben nooit klaar met monteren, en nogmaals, ik stel voor dat we Tim Hofman daarvoor aanwijzen.

T: Moet Tim Hofman nou…

P: Ja, Tim fucking Hofman. Tim, kom in het midden zitten.

T: Tim Hofman wordt het hegeliaanse world historical subject die de revolutie gaat maken in Nederland.

P: Hij is een soort inoffensive wit hetero mannelijk tabula rasa waar we allemaal onze politiek op kunnen projecteren. Dus ik stel voor dat wij dat doen.

T: Weet je Pim, als de revolutie gemaakt zou kunnen worden door op een charmante tabula rasa je verwachtingen te projecteren, dan hadden we denk ik een hele andere geschiedenis gehad.

P: Ik denk dat je wel een goed punt raakt met ‘er is geen revolutionaire energie’ want een soort breed gedragen voortschrijvend inzicht, also known as polderen.

T: Maar daarom kan Rutte ook zeggen ‘jongens, het is tijd voor een revoluatie’ en daarbij doen alsof het gaat om een gezellig middagje naar Ponypark Slagharen: omdat hij weet dat er helemaal niets op het spel staat. Het is vrij van betekenis in Nederland. Jongens, maak maar een revolutie, gezellig, tof, lachen.

P: Suit Supply zou kunnen oproepen tot revolutie en dan heeft iedereen zoiets van ‘dit is weer een typische Suit Supplyreclame’. Maar ja, Rutte zei laatste ook al, ik geloof op 1 april maar hij bedoelde het niet als grap, dat Nederland diep vanbinnen een sterk socialistisch land is. En wat ons redactielid Romy vermoedt, is dat in feite Rutte nu met links jargon strooit zodat hij met terugwerkende kracht straks kan claimen dat als er iets mis is gegaan in het coronabeleid of rond de verkiezingen, dat dat komt omdat Nederland eigenlijk te links was en dat we nu de VVD nog meer moeten laten VVD’en. Politiek strategische zet.

T: Ik kan voor mezelf nooit bepalen of ik nu denk dat Nederland door en door ideologisch is, omdat het zo overtuigd is van een aantal typisch Nederlandse dogma’s dat het die zelf ook niet meer ziet, of het nu gaat om de Nederlandse opstelling bij Europese vraagstukken of die leugen die Nederlanders zichzelf graag vertellen dat het zo’n tolerant land is waar geen racisme is et cetera, of dat Nederland zo’n grote echo in de voorhoofdholtige klankkamer heeft dat je onmogelijk van een ideologie kunt spreken, waar woorden geen betekenis hebben, waar socialisme en revolutie niets betekent, waar al die dingen volstrekt vrijblijvend een beetje bedisseld kunnen worden aan de praattafels van de daarvoor bestemde praatprogramma’s, omdat het alleen maar dat is, alleen maar ruis.

P: Want uiteindelijk zijn we er zo ontzettend van overtuigd geraakt dat dat neoliberale individuele kapitalisme een natuurwet is geworden. Dat dat simpelweg de vezel is waaruit onze werkelijkheid is opgebouwd. Al het andere kun je een beetje voor de vorm doen maar als het meer is dan dat, neem je jezelf een beetje in de maling.

T: En op die notitie, het gebrek aan het revolutionair subject in Nederland, het gebrek aan betekenis van woorden in Nederland, de volstrekt deprimerende natuur van die paar aangelegde polders aan de Noordzee, zullen we doorgaan naar het volgende onderwerp?

[tune die aangeeft dat er een nieuw onderwerp komt]

T: Van het gebrek aan een revolutionair subject naar het redelijke midden. Maar niet het redelijke midden van deze week. We gaan een deep dive, een exegese doen van wat het redelijke midden is. Er was onder andere deze week een dijk van een stuk in Oneworld Magazine van Seada Nourhussen, die korte metten maakte met de gedachte dat het redelijke midden ook maar iets betekent, en in plaats daarvan voorstelde dat het beter het valse midden zou kunnen heten. Pim, misschien kun jij nog even licht werpen op deze zaak. Waarom heten wij eigenlijk ‘Het redelijke midden’?

P: Nou, eigenlijk was het een bevlieging van Meredith Greer, die meewerkte aan de oprichting van deze podcast maar dat vooralsnog altijd verzwegen heeft. Zij heeft namelijk de naam van de podcast bedacht. Het is eigenlijk om de mensen die daadwerkelijk het redelijke midden zijn op de kast te jagen, tegen de haren in te wrijven.

T: Want wat is er precies grappig aan het feit dat wij ‘Het redelijke midden’ heten? Om hem toch maar even in te koppen?

P: Dat kun je in Oneworld teruglezen, maar het komt hierop neer: wat wij nu beschouwen als het redelijke midden, is in feite heel erg rechts. Want in onze overtuiging, die van de podcast, is dat kapitalistisch gedachtegoed of meegaan in de status quo een onhoudbare situatie is die zal leiden tot onze ondergang, massale sterfte en een hele hoop centjes voor de superrijken. En in feite is dus wat wij het redelijk midden noemen heel erg onredelijk. Alleen een zeer antikapitalistische respons, en dan heb ik het niet over een fascistische maar over een breed gedragen sociale of anarchistische daarvan, de enige oprecht redelijke uitweg. Dus de naam is zowel ironisch als niet ironisch. Maar ik weet niet of we dat bedacht hadden toen we de podcast Het redelijke midden noemde. En met ‘we’ bedoel ik Meredith, die het heeft verzonnen.

T: Precies. Wij zeggen in feite: het redelijke midden is even redelijk en midden als Vrijlinks vrij en links is.

P: Daar komt het wel op neer.

T: Want jij zegt, het redelijke midden is eigenlijk nu een soort perversie geworden ofzo. Het noemt zich redelijk midden maar levert ons in feite uit aan de barbarij van rechts, radicaal rechts en daar nog ver voorbij. Zou het redelijke midden überhaupt wel, kan het bestaan? Is het iets waarvan je denkt, onder andere condities zou het redelijke midden misschien wel een heel aantrekkelijk idee zijn?

P: Ik denk het op zich wel, maar wat de kritieken zijn van Seada en bijvoorbeeld ook Meredith begin deze maand in haar laatste column voor HP de Tijd, allebei in de shownotes, is dat het redelijke midden eigenlijk een vals idee is van objectiviteit en nuchterheid. Maar wat meestal of misschien onvermijdelijk het volgen is van de status quo. Gezien in ieder geval in alle samenlevingsvormen die we tot nu toe gekend hebben in het westen, betekent dat een concentratie van macht en welvaart in een kleinere groep.

T: Dus er is een rechtstreeks verband tussen de inhoud van wat het betekent om het redelijke midden te zijn en het dienen van de status quo.

P: Ja. En tenzij die status quo echt kern kern kerngezond zou zijn en egalitair, heel misschien, is een heel utopische gedachte, maar ik denk dat je altijd zult moeten worstelen, dat er altijd een spanningsveld zal zijn voor het behouden van je rechten en je waarde. En in dat geval denk ik: nee, het redelijke midden is niets iets dat kan zijn en waar je dan blij mee moet zijn.

T: Wat ik heel interessant vind, is dat ik op zich wel denk, het redelijke midden, dat klinkt heel aardig, tot je er een beetje aan gaat zitten krabben. Er gebeurt toch heel veel denk ik bij iemand, en dat is ook waarom die column van Meredith zo goed was, de column ‘Ik ben het redelijke midden’, dat daar toch een enorm zelfvertrouwen van uitgaat dat degene die die wapenspreuk in zijn twitterbio zet, dat die persoon de uiteindelijke arbiter is en zegt: het redelijke midden, ben ik. Daar gaat een ongelofelijke arrogantie achter schuil. En daarbij is niet gezegd, en dat vind ik wel interessant, er vindt dus werkelijke een transformatie plaats van wat op zich een mooi principe is: de gedachte dat je in een democratische samenleving… Pim, jij noemt mij altijd shitlib maar ik ga toch echt even de shitlib uithangen.

P: Ik zet even mijn microfoon uit.

T: In een democratische, pluriforme samenleving waarin je met elkaar tot een vergelijk probeert te komen, een politiek vergelijk, dat je bereid bent tot het sluiten van een compromis. Laten we zeggen, als je niet de doelstelling hebt om elkaar uiteindelijk helemaal te vernietigen, zaken zo op de spits te drijven dat ze alleen nog maar met wapengekletter kunnen opgelost worden, dat je tot het compromis overgaat. Dan verstrijkt de tijd en op enig later moment kun je opnieuw de zaak bekijken met andere groepen die erbij betrokken zijn en wellicht kom je dan opnieuw op een compromis uit. Dat is tot daar aan toe, bedankt voor je geduld. Maar om vanaf dat te zeggen: het compromis is belangrijk, ik ben de arbiter van wat het compromis is, is een heel andere beweging. En dat is denk ik de beweging die in het redelijke midden zit. Als je er werkelijk van overtuigd bent dat jij om een of andere reden weet wat het compromis zou moeten zijn en dat ook als een soort vliegende keep aan iedereen probeert op te leggen, dat vind ik toch een fascinerend fenomeen.

P: Ik heb niet echt geluisterd want ik zat een kaartje met ‘shitlib’ erop naar jou op te houden via de webcam.

T: Ja, dat zag ik. Maar dat is okee. We kunnen gewoon… *lacht* Oh Pim, als we jou toch niet hadden.

P: Ik ben de grappige van het stel.

T: Ja…

P: Dus in tegenstelling tot wat jij zegt, sta ik achter die meme die zegt: aan de ene kant klan members (Ku Klux Klan, red.) die roepen ‘we willen genocide’ en aan de andere kant mensen van kleur die zeggen ‘we willen dat eigenlijk niet’ en dat er dan in het midden iemand staat die zegt: misschien een béétje genocide?

T: Maar kijk, lang niet alle vragen zijn zo fundamenteel als die. We worden met steeds meer politieke vragen geconfronteerd die zeer existentieel zijn, of dat nu gaat om rechten voor trans individuen, rechten van migranten en ongedocumenteerde mensen, vluchtelingen, die vraagstukken moeten fundamenteel zijn en daarover valt niet te marchanderen. Maar er zijn ook vragen als hoeveel geld moet er naar het bijzonder onderwijs en hoeveel naar het openbaar onderwijs. Er zullen niet zo veel mensen zijn voor wie dat soort vragen nu werkelijk existentiële vragen zijn en als ze dat wel zijn, trek ik daar toch een wenkbrauw bij op. Dus daar is zo’n compromis dan wel weer mogelijk. En ook in theorie is er wel een redelijk midden mogelijk tussen die posities. Maar het gaat me meer om die persoonlijke dimensie. Die betrekkingswaan van ‘ik ben het redelijke midden’.

P: Maar dat is ook denk ik een van die redenen waarom Wielenga dan zegt in ‘De geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw’, dat er weinig cesuren zijn. In feite betekent dat ongetwijfeld dat de witte patriarchale heteronormatieve status quo eigenlijk altijd zijn zin en wil voldoende heeft kunnen doordrukken. En dat gemarginaliseerde groepen voldoende gemarginaliseerd zijn gebleven.

T: Ja, maar het heeft ook te maken, want dat klopt als een bus en dat gaat uiteindelijk ook weer over die brief van King die jij en ik graag aanhalen, Letter from Birmingham Jail, waarin King schrijft: ik ben eigenlijk meer verbijsterd over de opstelling van de white moderate, de witte gematigde persoon, dan die van de echte racisten. Bij die racisten weet ik wie mijn vijand is, maar die witte zogenaamd gematigde persoon, waarom is het voor die persoon zo moeilijk om de inzet van het vraagstuk te herkennen? Waarom draalt die, waarom sleept die met zijn voeten, waarom denk die dat er hier een vergelijk te behalen valt tussen deze posities? Er is hier geen midden en al helemaal geen redelijk midden. Waarom ik denk dat met name liberalen zo graag vasthouden aan die mythe van het redelijke midden en er vaak zo onthutst over zijn als ze erop worden aangesproken, is dat liberalen voor zichzelf de mythe in het leven hebben geroepen dat ze bij de progressieven horen, dat ze ook progressief zijn, terwijl dat helemaal niet of maar mondjesmaat terug te vinden is in de geschiedenis van het liberalisme. Liberalen hebben vaak veel meer op en vinden politieke vragen veel belangrijker als ze gaan over orde en regels. Dat is wat liberalen belangrijk vinden: dat politiek zich aan regels houdt en ordentelijk verloopt en ze vinden orde, kalmte en rust belangrijk. Maar als je dat tot je belangrijkste waarden maakt, zul je denk ik altijd overhellen naar de kant van de reactionaire conservatieven. Die willen inderdaad niet dat onderdrukte groepen zich emanciperen, dat zullen zij altijd voorstellen als een bedreiging van de status quo en de orde. Het liberalisme mag zichzelf dan wel graag zien als onderdeel van de progressieve beweging, maar dat zijn ze niet. Ze zijn een soort conservatieven die ik dan nog wel op mijn feestje zou uitnodigen, maar daar houdt het wel op. Wat mij bovendien ook opvalt bij dat zogenaamd redelijke midden of bij de liberalen die zo gehecht zijn aan de gedachte dat zij het redelijke midden vertegenwoordigen, is dat een groot deel daarvan ook een soort esthetiek is. Het is een soort gespeelde verfijning die eigenlijk noodzakelijkerwijs een beetje wordt losgetrokken van de feiten waar het om gaat. Want alleen als je die heel wezenlijke politieke vragen over wie heeft er macht en wie wordt er benadeeld in de maatschappij, wiens claim is legitiem et cetera, wezenlijke politieke vragen die gaan over macht en rechtvaardigheid, de verdeling van middelen, economische vraagstukken, alleen als je die abstraheert tot een soort spel van regels, dan ontstaat er ruimte voor die esthetiek, die gespeelde rol van de arbiter en de bemiddelaar. En dat vind ik in een “normale” politieke situatie al een irritante en hoogst vervelende neiging, om geen partij te kiezen maar wel erop te staan dat jij degene bent die de slimste of de meest morele persoon in de ruimte is. Maar in een situatie waarin we toch evident zien dat op rechts alle remmen los zijn, machtsmisbruik aan de orde van de dag is in de regeringen van Trump en Johnson, om niet te spreken over Brazilië…

P: Of Nederland

T: En dat allerlei complottheorieën welig tieren, dat een hele Atlantische politieke stroming helemaal losgezongen is van de werkelijkheid, gelooft in absurditeit als Obamagate en van elke realiteit is losgezongen, om in die situatie nog steeds vol te houden dat er iets van een redelijk midden is, is opgeven van niet alleen het morele vraagstuk maar verdomme de werkelijkheid aan de slachtbank over te laten. En dat is zo ongelofelijk bitter aan dat redelijke midden. Het hele vermogen om überhaupt een vergelijk te vinden, een redelijk vergelijk op basis van een werkelijkheid die op een gelijke manier wordt ervaren, gewoon omdat er zoiets bestaat als feiten. Dat die dus eigenlijk overboord wordt gegooid. Het redelijke midden die in al zijn redelijkheid de deuren wagenwijd openzet voor de barbarij en de wetten van de jungle. Dat is misschien nog wel het meest bittere, nog los van de irritatie die de individuen van het redelijk midden wekken bij mij persoonlijk, met hun hardnekkige weigering om politiek op zo’n manier serieus te nemen dat het ook consequenties heeft, is dat misschien nog wel echt een enorme tragedie.

P: Het redelijke midden ging nooit om redelijkheid of om het midden. Het ging om machtsbehoud. En redelijkheid en het midden zijn stokken om mee te slaan, om iedereen die dat uitdaagt of iets opeist stil te houden, weg te drijven.

T: Ik ben zelf bereid zo ver te gaan te zeggen dat mensen uit het redelijke midden toch lijden aan een soort goedaardige verblinding. Dat ze niet eens kwaad bedoelen. Een illusie die zo krachtig is dat ze van alle werkelijkheid worden… Jij hebt misschien een wat hardere en cynischere blik daarop.

P: Ja.

T: Ze zijn gewoon medeplichtig aan dat machtsbehoud.

P: Het doet me denken aan wat Gijsbert Pols schreef in ‘Het onhoudbare midden’ over racisme. Toevallig hebben we dat nog geciteerd een paar afleveringen terug. Waar hij dus zegt: de reden dat wij altijd zeggen, je mag het eigenlijk niet zeggen, is omdat we dondersgoed weten dat we racistisch zijn. Het redelijke midden is een ontzettend retorisch racistisch machtsmiddel. Dat echt erkennen zou het uiteenvallen van onze hele illusie over de samenleving betekenen. Maar dat racisme wordt wel alsnog erkent. Het is een soort cognitieve dissonantie, maar goedaardig is het niet. Want we weten dondersgoed wat de prijs is van deze samenlevingsvorm, om die te behouden.

T: Ik zou zover willen gaan om te zeggen dat die cognitieve dissonantie een sluier over de werkelijkheid legt waardoor hij minder goed zichtbaar wordt.

P: En daarvoor heb ik één woord, zeven letters voor je.

T: Lulkoek? Lulkoek is ook zeven letters. Goed. Het redelijke midden, moeten we er nog veel woorden aan vuilmaken?

P: Ja, in het volgende hoofdstuk.

[tune die aangeeft dat er een nieuw onderwerp komt]

T: Wij zouden ‘Het redelijke midden’ niet zijn als wij na het bespreken van het redelijke midden niet over zouden gaan op: het redelijke midden van deze week. Pim, wat is jouw redelijke midden van deze week?

P: Het redelijke midden van deze week: iedereen die luistert naar ‘Het redelijke midden’, word ook abonnee van ons Twitch streamkanaal, waarop we dingen spelen als ‘Pokemon’, ‘Rollercoaster tycoon’, maar ook serieuzere games als ‘Half life’, allemaal met een links sausje. Op twitch.tv/superstructuur en daar werken mensen aan mee als jij en ik, maar ook mediawetenschapper Dennis Jansen en hopelijk ook in de toekomst co-host Marloes met the Sims.

T: twitch.tv/superstructuur, volg dat kanaal, het is heel leuk! Het is een soort, we gaan Sims spelen maar het is ook zelf een soort huiskamer. Een heel knus gevoel heb ik erbij. Ik luister zelf ook graag als jij speelt, en eigenlijk spreek je toch op een manier dat je er heel weinig last van hebt als je probeert de game een beetje te volgen.

P: Leerzaam, geëngageerd en gezellig. En jij?

T: Oh ja, ik moet ook nog. Mijn redelijke midden van deze week is dat Rutte oproept om een revolutie te beginnen maar dat zullen we natuurlijk op een redelijke middenachtige manier doen: de guillotine wordt zo ingesteld dat niet het hele maar het halve hoofd eraf gaat.

P: *lacht*

T: Jij bent echt makkelijk aan het lachen te krijgen, Pim

P: Ook slechte grappen zijn goede grappen.

T: Ik zeg nog één keer: twitch.tv/superstructuur. Kom gewoon een keer meeluisteren, het is echt leuk. Games op je scherm, lekker indroppen, even ontspannen, maar goed. Wij waren Pim van de Berg en Thijs Kleinpaste. Pim is te volgen op @bvdpim op Twitter en ik ben te volgen op @kleinpastethijs. Wij zouden de aflevering natuurlijk niet sluiten voor wij hebben bedankt: Romy, voor haar redactiewerk ter voorbereiding van deze aflevering, ook Marloes, die het werk heeft gedaan, en alle andere leden van onze Discord die ons door dik en dun, in weder of geen weder, nacht en ontij, bijstaan met wijze raad, goede grappen, hete takes en wat dies meer zij. Een welgemeend dankjewel en tot de volgende week.

P: Bedankt voor het luisteren.

T: Hoi!

[outro tune]

T: *zingt* ’t Is moeilijk bescheiden te blijven wanneer je redelijk bent als ik. Zo mild met nuance in het midden, dat zie je in één ogenblik. Ik denk als ik inlog op Twitter, mijn mening komt altijd bijtijds. ’t Is moeilijk me erg in te houden, als ik typ van een- of anderzijds. Jaaaaa ’t is moeilijk bescheiden te blijven, wanneer je zo mild bent als ik. Zo tof met nuance in ’t midden, dat zie je in één ogenblik. Ik denk als ik inlog op Facebook, mijn mening is altijd bijtijds. ’t Is moeilijk me erg in te houden, want ik typ van ener-anderzijds. *geluidje van ontploffing* Was het goed, of was het heel erg kut?