Transcriptie Aflevering 25

Alle wouten zijn fouten?

Hosts: Pim van den Berg (P), Romy van Dijk (R), Thijs Kleinpaste (T)

[introtune]

T: Welkom deze week weer bij ‘Het redelijke midden’, de podcast waar we elke week minstens twee standbeelden in de geluidsgolven doen verdwijnen. Ik ben hier met Romy.

R: Hai.

T: En Pim.

P: Waddup.

T: En ik ben Thijs. En we zijn blij dat we weer terug zijn want we hadden vorige week even een kleine hik en toen was er geen aflevering. Maar we zijn er gewoon weer en we gaan gewoon weer verder op het oude ritme, dus verwacht ons elke week. En waar gaan we het deze week over hebben, Pim?

P: Twee dingen: Pim Fortuyn in de plomp en zijn alle wouten fouten?

T: Goeie vraag. Het is belangrijk om dat als vraag te formuleren.

P: Want als je zou zeggen ‘alle wouten zijn fouten’, dit is hypothetisch, ik zeg niet dat het zo is, maar als je dat zou zeggen, pleeg je eigenlijk belediging van een ambtenaar in functie en dat is een strafbaar feit. Ja. Vrijheid van meningsuiting, peoples.

T: Wauw. Dat is heftig. Maar daar komen we op, want we gaan het eerst hebben over de beeldenstorm die door Nederland raast, waar bij mijn beste weten nog nul beelden zijn gesneuveld, heb ik begrepen. Het is vooral een soort beeldenstorm van de betrekkingswaan van Nederland. Maar misschien moet ik het niet daar over hebben want ik zit er op een afstandje van. Romy, jij bent onze correspondent beeldenstorm, geloof ik.

R: Ja.

T: Kun jij ons ter plaatse van een update voorzien?

R: Nou, volgens mij is het in Nederland op dit moment vooral het bekladden en het neerhalen van standbeelden, niet per se het volledig vernielen. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik dat niet heel zeker weet, maar ik weet dat het standbeeld van Pim Fortuyn in Delfshaven Rotterdam is beklad, Coen is…

T: J.P. Coen? Is die neergehaald?

R: Nee hij is beklad volgens mij.

T: Ja.

R: En een actiegroep heeft dat geclaimd.

T: En toen zei Mark Rutte van: je moet ze niet in het IJsselmeer gooien. Maar eigenlijk zijn die bekladdingen een soort guerillavorm van alvast de noodzakelijke extra bijschriften doen zodat de context wat meer tot zijn recht komt, toch?

P: Dat vind ik wel een beetje een shitlib-oplossing, in alle eerlijkheid. Van mij mogen ze…

T: Het is gewoon een grapje.

P: Van mij mogen dus J.P. Coen, Michiel de Ruyter, allemaal *maakt scheetgeluid* recht niet in het IJsselmeer maar in een van de andere wateren die Nederland rijk is.

T: Waarom niet in het IJsselmeer specifiek? Dat is misschien niet leuk voor de vissen daar?

R: Omdat Rutte zei dat het niet mocht. We moeten wel naar Rutte luisteren.

T: Ja, Rutte heeft wel een beetje een dubbele houding hè? Aan de ene kant wil hij de hele tijd een revolutie, aan de andere kant wil hij zeggen wat niet mag.

P: Hoe zeg jij dat ook alweer? In Nederland is er geen revolutie omdat je hier niet op het gras mag lopen.

T: Wordt toegeschreven aan Marx maar is niet van Marx, is gewoon apocrief ooit ergens bedacht.

P: Maar de grootste kritiek op het neerhalen van beelden van radicaal rechts tot shitlinks is dat we dan aan geschiedvervalsing doen, aan censuur. Maar is dat zo?

R: Nee, is onzin. Geschiedenis is sowieso geen op zichzelf staand feit, dat is niet iets dat tastbaar is of dat je kan bestuderen. Maar geschiedenis is ook strijd om de herinnering en wie wat te zeggen heeft. Geschiedenis is eigenlijk gewoon een opeenvolging van politieke keuzes. We hebben die standbeelden neergezet vanuit een bepaalde politieke overtuiging, meestal honderd jaar geleden, negentiende eeuw zo ongeveer, als manier om een idee van een natiestaat te creëren. Het heeft verder niets met de historische gebeurtenis an sich te maken. Het is puur, welke figuren uit de geschiedenis kiezen wij uit om te vereren? Daar is de strijd over en die strijd is net zo goed onderdeel van het historisch verloop als het neerzetten van die beelden.

T: Dus jij zegt eigenlijk: de ontstaansgeschiedenis van al die beelden is dat ze worden opgericht door inzameling en collectes enzo omdat er een enorme nationalistische wind waait door Nederland?

R: Ja. Tenminste, op het moment dat Nederland is gaan centraliseren en nationalisme opkwam, was er behoefte aan het creëren van een historisch geheugen, zeg maar. Je moet je natiestaat toch baseren en legitimeren, dus wat ga je dan doen? Dan ga je de geschiedenis erbij pakken en kijken: wat karakteriseert Nederland nou, waar zijn we trots op? En dat zijn keuzes die je dan maakt. Waarom geven we de ene wel een standbeeld en de ander niet? Dat zijn gewoon keuzes die je maakt, dat is heel selectief en dat is het altijd geweest.

P: Want uiteindelijk is, je zei ook: we hebben in de negentiende eeuw bepaald wie er dan zogenaamd de Nederlandse natiestaat moet belichamen, welke historische figuren, maar die ‘we’ is natuurlijk niet een dwarsdoorsnede van de samenleving. Dat zijn waarschijnlijk bepaalde groepen en belanghebbenden die daar iets over te zeggen hebben gehad.

R: Ja, dat waren inderdaad toen al de mensen die het politiek voor het zeggen hadden, want die hadden baat bij een bureaucratisch apparaat voor de belastingen en daarbij een gevoel van eenheid, zodat mensen bij elkaar konden worden gehouden en dat erover geregeerd kon worden. Dus het is altijd al een gevolg geweest van een soort top down beslissingsproces.

T: En dit zegt dus ook echt iets over wie er toen aan de macht was, wat de dominante cultuur was, en wat die machtige of dominante groepen in de samenleving belangrijk vonden om te vereren. In het geval van sommige van die beelden is dat een soort van werkelijke historische context gepasteuriseerde versie, terwijl als je je dan afvraagt: wat is de reden om deze mensen te vereren? Dan blijkt daar toch een heel duidelijke reden achter te zitten, en dat is dan toch vaak omdat dit soort figuren betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het koloniale rijk van Nederland et cetera. Waar deze groepen toch heel veel van hun gestolen welvaart aan te danken hebben.

P: Het is geen universeel beeld van de geschiedenis, het is een heel eenzijdig beeld van de geschiedenis. Haha, beeld.

R: Ja. Het vertelt dus altijd het nationale verhaal. De nationale canon wordt er altijd in vertolkt en niet de schaduwzijde daarvan. Je moet ook niet vergeten dat het nationalisme, het moment dat we echt van natiestaat gingen spreken, dat viel samen met imperialisme en kolonialisme. Dus daardoor zijn juist die slavendrijvers het die een standbeeld hebben gekregen, omdat zij het koloniale rijk vertegenwoordigden en de grootsheid van de natie. Daarbij werd er ook veel verwoest in de kolonies zelf en dat is allemaal wat er niet verteld wordt met zo’n standbeeld.

T: En om even nog verder door te gaan op de relatie die jij zegt, de oprichting van die standbeelden is dus niet gekoppeld aan een kritische herinneringscultuur maar juist aan een heel selectieve nationalistische herinneringscultuur.

R: De standbeelden zijn niet opgezet omdat we mensen de geschiedenis wilden leren. Het heeft geen educatief doel. Het is puur politiek.

T: Integendeel, je zou kunnen zeggen dat het een soort dreigement is. Dit is een held, en waag het niet om het verleden van deze persoon in twijfel te trekken, om de reden waarom we deze persoon op een voetstuk zetten… Ik moet dan ook altijd denken aan een wijk uit de gemeente waar ik ben opgegroeid, Apeldoorn. Daar heb je een buurt, de parkenbuurt, en die is gebouwd met onder andere de vermogens die in Nederlands-Indië zijn gejat. Daar heb je nog steeds een straat die heet de Generaal van Heutszlaan. Terwijl die man verantwoordelijk is voor verschrikkelijke massaslachtingen. Maar het is natuurlijk niet voor niets dat de mensen die hun fortuin uit Indië hadden onttrokken en terugkwamen naar Nederland, zo hoog opgaven van die persoon en hem graag met een straatnaam wilden eren. Hij had het mogelijk gemaakt dat die koloniale extractie doorgang kon vinden. Dus dat steekt er ook heel erg achter denk ik.\

P: Wat je ook zei over die voetstukken. Door bepaalde figuren gelijk te stellen met de koloniale tijd, creëer je enerzijds een waarheid, een algemeen aanvaard idee van wat Nederland is, maar maak je ook alle geweld die erachter schuilgaat een soort van onzichtbaar. Doordat je de kritiek erop zo onbespreekbaar maakt, kun je in feite die misdaden onbesproken laten.

R: Ja precies. Dat zie je ook bij de confederate states in Amerika. Die hebben natuurlijk de burgeroorlog destijds verloren maar de standbeelden van de generaals enzo mochten blijven staan. Daar verzamelen nog steeds conservatieve en racistische groeperingen zich omheen. En op die manier blijf je toch dat deel van je geschiedenis, het stuk waarin je de slavernij hebt afgeschaft, dat blijft onbesproken.

T: Het is dus eigenlijk een poging het debat te doen verstommen, de oprichting van zo’n standbeeld. Dit is iets heiligs, je mag het niet aanraken, je mag er alleen voor knielen en er een bij de benzinepomp gekocht bloemetje voor neerleggen ter verering van de misdaden van deze mensen. Dus het is een soort antigeschiedenis, ook.

R: Het zal niet met die insteek zijn opgericht, ik denk dat die gewoon wel tot stand komen in de tijdgeest, dus van het nationalisme en het willen vertellen van een nationaal verhaal, een gevoel van eenwording te creëren, maar dat het nu, omdat wij de geschiedenis door het nationalisme op een voetstuk plaatsen, dat het daardoor een soort heiligschennis wordt om die beelden te bekritiseren. Maar ik denk dat het oorspronkelijke idee achter die standbeelden gewoon is om een geschiedverhaal te vertellen. Maar omdat wij er nu krampachtig mee omgaan, krijgt het automatisch die status dat je er niet aan mag zitten.

T: Vind ik wel een mild oordeel eigenlijk.

R: Maar ik ben heel genuanceerd. Ik ben helemaal het redelijke midden.

T: En dat siert je.

P: Maar je ziet die krampachtigheid, dat deze vorm van geschiedenis eigenlijk onaantastbaar zou moeten zijn, en de mensen die die standbeelden komen verdedigen in Nederland, bijvoorbeeld Feyenoordsupporters die met hun bomberjackers, stoere brede lichamen en boze koppen om het standbeeld van Pim Fortuyn heen komen staan met de boodschap: als je aan Pim komt, nou ja, impliciet, dan timmeren we je in elkaar. Dat in Engeland het standbeeld van Churchill werd verdedigd door witte mannen die daadwerkelijk Hitlergroeten uitbrachten in het bijzijn van de politie uit naam van de verdediging van Winston Churchill. Hij was een smeerlap en een racist maar hij heeft wel gevochten tegen de nazi’s en dat is vooral de reden dat hij zo verheerlijkt is in de Engelse cultuur. De ironie is heel sneu, maar het is wel sprekend voor hoe, bij gebrek aan een betere term, witte hetero normatieve patriarchie omgaat met die standbeelden.

R: Ja. Die standbeelden vertegenwoordigen ook die witte patriarchale geschiedenis en die status quo. Het bekritiseren van zo’n standbeeld raakt dan ook aan de kern van wie wij zijn als samenleving en hoe wij tegen mensen met een andere achtergrond aankijken. Die hebben dan niet de agency om iets van die standbeelden te vinden. Terwijl er in het verleden zo vaak standbeelden zijn weggehaald in het verleden omdat ze lelijk werden of achterhaald waren, maar dat is geen probleem. Het probleem is nu dat mensen van kleur een plek opeisen in de samenleving en vertegenwoordiging vragen in het geschiedverhaal dat wij vertellen als natie.

T: Het is in die zin een bijna tastbare versie van een soort strijd over de plaats van iedereen in de samenleving.

R: Ja. Het is gewoon een strijd over de herinnering van de geschiedenis. Het geschiedenisverhaal dat we tot nu toe hebben verteld is de geschiedenis van de witte man in Nederland. We zijn nu met meer mensen en die verdienen en eisen dat hun kant van de geschiedenis ook verteld wordt.

P: We zouden er alleen maar wijzer van worden, het zou een rijker verhaal zijn.

T: Die scenes uit Engeland waren ook heel bizar om te zien inderdaad. Romy, jij zult dit ook wel herkennen, wij zijn allebei historici, maar ik blijf me verbazen over hoe makkelijk mensen toch in die volstrekt absurde bewering trappen dat als je een standbeeld weghaalt ergens dat je dan aan geschiedvervalsing doet of op een of andere manier schade toebrengt aan de geschiedenis. Die bewering werd met droge ogen en heel veel bombast…

R: Door Rutte en door Groot Wassink in Amsterdam. Allebei.

T: ja, dat was ook teleurstellend. Rutger Groot Wassink die daar gewoon in meeging.

R: Precies hetzelfde argument als Rutte. Je kunt de geschiedenis niet uitwissen. Maar die standbeelden zijn geen gevolgen van historische gebeurtenissen, dat zijn…

T: En als er nou iets is dat die standbeelden doen, dan is het wel de geschiedenis uitwissen! Want ik zie zo’n standbeeld en ik denk: deze man zal wel iets verdienstelijks hebben gedaan. En dan word je pardoes afgeleid van het feit dat die man iets gruwelijks en wreeds heeft gedaan, zoals in het geval van de generaal Van Heutszlaan.

R: Het zijn ook geen historische monumenten ofzo. We hebben ze zelf gemaakt dus we kunnen ze ook zelf weer afbreken.

T: En dan heb je nog die rare bewering van, als we nu standbeelden gaan afbreken, moeten we dan ook de piramides van Gizeh of het Colosseum in Rome gaan afbreken. Terwijl het natuurlijk volstrekte nonsens is dat die twee vergelijkbaar zouden zijn. Het ene is historische erfgoed dat werkelijk in een bepaalde tijd is gebouwd. Die standbeelden niet, die zijn pas veel later neergezet met een specifiek politiek doel. Dat zijn ook weer twee onvergelijkbare grootheden, die kun je niet vergelijken.

P: Je hebt natuurlijk die hardnekkige indruk dat geschiedenis is onveranderlijks is, dat vaststaat. Als het eenmaal is gebeurd, nou ja, c’est la vie. Hetzelfde geldt natuurlijk voor cultuur, want er wordt ook naar die beelden gekeken als artefacten, als kunstvoorwerpen, als iets dat nu eenmaal bestaat en dat voor altijd zo zou moeten zijn. Maar cultuur is een vloeibaar iets. We zijn constant aan het weghalen en vergeten maar ook bijdragen en canoniseren. Het weghalen of bekladden van standbeelden of Pim Fortuyn pardoes in de plomp plempen, dat is iets dat bij cultuur hoort.

R: Precies. En het weghaalden van standbeelden is ook een politieke strategie geweest. Als het oorlog wordt, is dat het eerste dat wordt getarget door de bezettende macht, dan worden archieven en oude machthebbers vervangen en vernietigd. Stalin omtakelen, dat soort zaken. Standbeelden van Hitler…

T: Of denk aan Saddam Hoessein die in 2003 om ging toen de Amerikanen Baghdad hadden ingenomen.

P: Dat is dan goed, maar Robert E. Lee weghalen, poeeehhh…

T: Het is tekenend voor de nationalistische houding van de geschiedenis. Nationalisten vinden altijd dat er maar één versie van de geschiedenis mogelijk is, en dat is dan een zo kritiekloos mogelijke versie van de geschiedenis. En wat je dan vervolgens erbij mag doen, is eerbiedig knielen en knikken. Maar waag het niet om eraan te komen en te denken dat de geschiedenis, zoals Romy haar inleiding begon, een zichzelf continu vernieuwend proces van herevalureren, kritisch bevragen, nieuwe inzichten opdoen en nieuw bronnenmateriaal introduceren is. Dat is geschiedenis, maar als je at doet heb je altijd de nationalisten tegen want die haten dat. Die willen altijd dat je eerbied toont, je hoofd buigt.

P: Het is fascinerend dat ze van alles willen met de geschiedenis maar het enige wat je niet mag, is er iets van vinden.

T: Het enige dat je niet mag is het onthouden of ervan leren.

[tune die een ander onderwerp aankondigt]

T: En dan gaat ons volgende onderwerp over de popo, de politie.

P: Wouten.

T: Want er is veel te doen over de politie en met name over de rol van de politie in de samenleving. Dat gesprek begint ook in Nederland een beetje op gang te komen, natuurlijk naar aanleiding van het politiegeweld in de Verenigde Staten waar de politie zwarte mensen vermoordt en vervolgens als daar in reactie demonstraties op komen, die demonstranten zonder enige aanrijding en reden met de knuppel bewerkt, met auto’s probeert te overrijden, met traangas bestookt. Vreedzame demonstranten die door zonder aanleiding door van alle controle losgezongen politiekorpsen helemaal onder vuur worden genomen. Maar ook in Nederland is er gelukkig nu steeds meer debat, hoewel dat debat zich vooralsnog vrij ver buiten de marges van de politiek lijkt te begeven. Dat wil zeggen: de politiek brandt zijn vingers er nog niet echt aan. Maar hoe ziet dat debat er in Nederland uit? Wat zijn een paar thema’s die op dit moment besproken worden?

P: Twee dingen. De eerste is: bij ons was er lange tijd het verhaal gaande dat er verharding in de samenleving zou zijn doordat er meer geweld zou plaatsvinden tegen politieagenten op straat. Dat legitimeerde dan weer de beslissing bij de politie om zwaarder te bewapenen. Blijkt alleen, hee, het is helemaal niet waar. Er wordt helemaal niet meer geweld gepleegd tegen politieagenten. Dus de politie die met tasers wil rondlopen, stroomstootwapens: bullshit.

T: Jij zegt, dat is dus eigenlijk gebaseerd op een leugen?

P: Luchtkasteel. In alle landen waar de taser wordt gebruikt is aantoonbaar dat het een levensgevaarlijk wapen is dat geen effect heeft op handhaving dan ook. Blijkbaar de politievakbond, volgens mij, wil het, maar die zullen alles doen om meer macht, meer wapens en meer geld naar zich toe te trekken.

T: Politievakbond. Daar heb je een stuk hellig gespuis.

P: Maar dat is niet het enige natuurlijk. Je hebt ook de BOA’s, dat zijn de toezichthouders, de net-niet-polities.

T: De Bijzonder OpsporingsAmbtenaar. Boa.

P: Ja precies. En die pleiten ook voor het bezit van een wapenstok. Want als je iets wilt, dan is het dat onderopgeleide mensen je nog harder kunnen slaan.

T: Ja. Wat je altijd wilt, is het wapenarsenaal van de staat uitbreiden zodat meer mensen de bevoegdheid hebben om je op momenten dat zij daar een oordeel over vellen dat het gepast is, je heel hard op je bek kunnen slaan. Dat is wat je wil.

R: Lijkt me goed, toch?

P: En ik ben dan nog enigszins blij, want Thijs, je vroeg hoe groot het debat hier is, dat er hier wel weerstand bestaat tegen beide punten, stroomstootwapens en wapenstokken.

T: Maar ook onder politieke partijen? Ik zie het wel in de bekende ruimtes, onder mensen met wie ik interacteer op twitter enzo, maar heeft Jesse Klaver al nee gezegd? En Asscher?

P: Nou, er is een ander voorbeeld. Er is ook een wet doorgedrukt in de Tweede Kamer over dat politieagenten meer beschermd worden bij hun arrestaties of in politiehechtenis. Agenten die geweld of hun dienstwapen gebruiken moeten niet meer automatisch verdachte zijn, is wat die wet voorstelt. En daar wordt in de Kamer ook door zogenaamd linkse partijen gewoon voorgestemd.

T: En wat betekent dat? Want dat klinkt heel vreemd. Wat betekent het in de praktijk? Betekent dat dat er nu, als er die vorm van geweld wordt gebruikt, dat agenten automatisch onderdeel worden van een onderzoek en dat dat dan niet meer zo is?

P: Daar lijkt het wel op.

T: En even om credit where credit’s due: wij hebben het hier over maar niet omdat we ons huiswerk zelf zo goed hebben gedaan. Onder andere omdat de stichting Control Alt Delete, volg ze op Twitter, CAD, ongelofelijk veel goed documentatiewerk heeft gedaan en hier veel aandacht voor vraagt. Onder andere leveren zij kritiek op agenten uitrusten met een stroomstootwapen, op etnisch profileren, wat een wijdverbreid en nogal altijd niet opgelost fenomeen is onder de politie, die inderdaad ook deze wet bekritiseert en onder de aandacht brengt van: jongens, er gebeurt hier iets en het wordt weggemoffeld en niemand wil het erover hebben, maar dit is ook weer een enorme versoepeling van de regelgeving rondom het gebruik van politiegeweld, dus volg ze op Twitter zodat je op de hoogte blijft van hun werk en hun nieuws. Control Alt Delete. We zullen hen ook even in de shownotes zetten. Maar dat is wel, ik zou zeggen, frappant, dat juist in een periode dat ook allemaal Nederlandse politici hun solidariteit betuigen en mooie woorden spreken over black lives matter in de Verenigde Staten. Op het moment dat het onze Nederlandse bodem bereikt, geven ze niet thuis.

P: Dat is ook. Maar er bestaat ook het idee dat onze politie wel meevalt vergeleken met die in de Verenigde Staten. Maar er is hier evengoed sprake van institutioneel racisme bij de politie. Wat was ook alweer het verhaal van die chef die opstapte, Akerboom, die werd er een beetje moe van dat hij bij de top de hele tijd moest aankaarten dat er sprake was van racisme, seksisme en moslimfobie, volgens Trouw, maar dat er toch niet naar wordt geluisterd. En er is ook een aardige lijst die rondgaat op Nederland twitter van namen van mensen van kleur die in Nederland zijn gedood door politiegeweld. En we kennen vast ook nog wel het incident dat Typhoon werd aangehouden omdat hij in een wat duurdere auto reed een aantal jaar terug. Dat sprak echt witte mensen aan, het was shockerend.

T: Maar ook toen was de reactie van VVD-politici: als je niet wit bent en rijdt in een dure auto, dan vraag je er misschien een beetje om om aangehouden te worden door de politie. Dat hoort er gewoon bij.

P: Een beetje de Wierd Duk-logica: het had waar kunnen zijn.

T: Het had waar kunnen zijn, oh ja. God man, verschrikkelijk. Het leed dat Wierd Duk heet.

P: Dat is de enige keer in deze hele podcast dat ik die naam ga gebruiken. Ik heb mijn joker ingezet.

T: De indruk rijst wel bij mij, we hebben het over institutioneel racisme bij de politie, op het moment dat het zich voordoet bij de Verenigde Staten waar dat zowel endemisch is als ook wel goed gedocumenteerd, we weten het, er is journalistiek over, er is academisch onderzoek naar. Terwijl in Nederland lijkt het alsof we maar het topje van de ijsberg te pakken hebben. Er is onderzoek gedaan, academisch onderzoek, onder andere door Sinan Çankaya, en verleden jaar stapte een klokkenluider bij de politie, die moest opstappen want die kreeg geen voet aan de grond. De uiteindelijke conclusie daarvan is dat de agenten die verantwoordelijk waren voor de misstanden aan politiebureau Hoefkade in Den Haag, die zijn minder gestraft na intern onderzoek, het wordt gewoon met de mantel der liefde bedekt, en de klokkenluider is weg. Dat was teamchef Fatima Aboulouafa, die daar aan de bel trok en uiteindelijk het veld moest ruimen. Institutioneel racisme in de Nederlandse politie wordt gewoon toegedekt en de mensen die het aankaarten, wordt het leven onmogelijk gemaakt. En ik geloof zelfs, ik zou dat even moeten nazoeken, dat bijvoorbeeld Sinan Çankaya op het moment dat hij dat onderzoek ging publiceren ook echt tegenwerking heeft ervaren van de politie. Çankaya legde bloot dat er sprake is van structureel etnisch profileren bij de politie en die waren natuurlijk niet gediend van die conclusie.

P: Maar institutioneel racisme bij de politie, dat is geen toeval, toch?

R: Als je bedoelt dat onze samenleving wordt gedefinieerd door witheid, dan ja. En dat de uitvoerende macht dan juist die vooroordelen, naar die vooroordelen handelt, dan ja.

T: Het is eigenlijk een heel wonderlijk instituut, de politie. En heeft ook een interessante voorgeschiedenis. De politie zoals we die kennen is een product van langzame opbouw die begint in de negentiende eeuw. In Nederland begint dat in de Franse tijd, op het moment dat het Franse keizerrijk de Nederlanden inlijft en daar ook zijn eigen functionarissen naartoe stuurt en allerlei hervormingen doorvoert, krijgt Nederland ook een geheime politie en die wordt erg gehaat. Op een gegeven moment, als de Fransen zijn verslagen en Nederland als onafhankelijke staat wordt hersteld, worden daar wel wat hervormingen doorgevoerd. De politie wordt wel weer uitgekleed en ook de geheime politie verdwijnt uiteindelijk goeddeels. Maar wat een onderdeel blijft van de politie, en dat is iets dat wel heel interessant is. De opbouw van de moderne politie is eigenlijk een reactie op het revolutietijdperk aan het eind van de achttiende eeuw, waar zowel een nieuw regime aan de macht gebracht wordt, een liberaal bourgeois regime. En die hebben heel goed in de smiezen dat dat soort massale uitbraken van volksopstanden ze weliswaar geen windeieren heeft gelegd in het recente verleden, maar dat het een bedreiging is van hun belangen als het te vaak gebeurt. Dan volgt een periode dat die bourgeois regimes stuivertje wisselen met de herstelde monarchieën en dat gaat zo terug in verschillende landen over een tijdperk van enkele decennia. Maar waar met name de angst voor revolutie, die in regeringskringen niet zelden een heel paranoïde vorm aanneemt, dat is onder andere heel mooi omschreven in een boek van Adam Zamoyski, waar de angst voor de revolutie vele malen groter is dan de werkelijke dreiging en waar de opbouw van politiecapaciteit met name wordt gelegitimeerd door te zeggen dat de politie het volk in de smiezen kan houden en ervoor kan zorgen dat er geen revolutie ontstaat. En dat zie je natuurlijk in de bakermat van de revolutie, Frankrijk, of Duitsland, Italië, maar ook in Nederland, waar onderdeel is van de grondwetswijziging in 1848 dat steden meer politie krijgen en dat de politie zo wordt georganiseerd dat er een nationale tak is, de marechaussee, en lokale politie, en dat onderdeel van de taakomschrijving van die politie is om ook ervoor te zorgen dat revolutionair sentiment op tijd wordt opgemerkt door de autoriteiten zodat het adequaat kan worden bespreken. Het gezag is het meest bang voor het volk dat in opstand komt tegen hun macht.

P: We zijn met meer.

T: Ja. En als jullie het niet vervelend vinden als ik nog even doorga, want ik heb zitten grasduinen gisteren en vanochtend, dus het weekend, in de geschiedenis wat je kunt vinden van de Nederlandse politie en dat is toch een heel, dat zijn eigenlijk twee geschiedenissen. Er is de politie in het grondgebied Nederland dat in Europa ligt, dus aan de Noordzee, en er is de politie in het overzeese grondgebied, de koloniën. En dat zijn wel twee heel verschillende verhalen. Want in de koloniën bijvoorbeeld, daar zie je dat de politie rechtstreeks samenhangt met het in stand blijven dan de witte overheersing. In Suriname bijvoorbeeld, en dit is gedocumenteerd in boeken over de politiegeschiedenis, vindt de formele afschaffing van de slavernij in 1863, we weten dat het 1873 is dat het pas werkelijk zo is, maar die afschaffing wordt kort daarop gevolgd, bijna gelijktijdig, met de oprichting van een korps marechaussee om die voormalig tot slaaf gemaakten toch onder de duim te houden. En er zijn toen verwoede pogingen ondernomen om dat hele politieapparaat wit te houden. Er was ook sprake van verschillende divisies in die politie. Witte takken, en soms moest het lokaal bestuur ook een beroep doen op wat ze toen inlanders noemden, de bevolking van Suriname, omdat die de talen spraken. Maar er is een geschiedenis van onderdrukking, van segregatie, waar we niet zoveel in het publiek debat over praten maar die samenhangt met de uitbreiding van die politiecapaciteit. Hetzelfde verhaal in Nederlands-Indië. Daar werd lokaal wel gerekruteerd door de politie maar daarbij werd een enorme verdeel-en-heersstrategie toegepast door de Nederlandse gezaghebbers. Die gingen bijvoorbeeld van het ene eiland rekruten halen om op een ander eiland politie te spelen zodat er een verdeel-en-heersstrategie kon worden toegepast. En we weten van de schendingen, niet alleen door het leger maar ook door de politiecapaciteit, dat daar sprake was van een enorme willekeur. Als er iets was gebeurd en ze konden niet direct de verdachte vinden, dat er dan een willekeurige groep mannen uit het dorp collectief een soort straf onderging. Echt verschrikkelijk. Maar goed, dat is de geschiedenis van de politie in de koloniën. En dan heb je nog de geschiedenis van de politie in Nederland, die dus heel erg obsessief bezig is met het gevaar van revolutie. Dan heb je het bijvoorbeeld over het aardappeloproer in de Jordaan aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waar Bertha de Vries, geboren als Bertha de Hond, een groep vrouwen leidde om aardappelen te gaan plunderen. Er was een ernstig voedseltekort. Daarna gingen de arbeiders staken uit solidariteit met de vrouwen en de politie sloeg daar keihard op terug. Het Jordaanoproep in de jaren dertig, zelfde verhaal. Daar dreigde een volksopstand en de politie wordt daar ingezet om keihard die opstand te onderdrukken. Daarbij worden bijvoorbeeld de redactielokalen van een lokaal communistisch blad vernietigd. De pers wordt onklaar gemaakt, om maar te zorgen dat die opstand wordt neergeslagen. Daar vallen ook heel veel doden. En wat nou zo typerend is als je kijkt naar de geschiedenis van dit soort incidenten, dit soort opstanden, is dat eigenlijk op elk van die momenten in nasleep van dat geweld, de politie meer wapens krijgt, zwaarder wapentuig, meer budget. Dat gebeurt in 1917-1918, na het Jordaanoproep in 1934, dan wordt de voorloper van de Mobiele Eenheid opgericht met zware bewapening. Maar het gebeurt ook in 1966, als de trouwerij van prinses Beatrix en prins Claus op een veldslag uitdraait. Dan komt er een commissie, en die commissie zegt: nou, het is slecht gesteld met de professionaliteit van het korps, het korps is ook vervreemd van de maatschappij en dat veroorzaakt deze tegenstellingen. En het resultaat is dat voor het eerst wapenkanonnen en pantserwapens worden aangeschaft. De politie is eigenlijke een uniek instituut door de geschiedenis heen dat in reactie op een totaal disfunctioneren meer geld en zwaarder wapens krijgt. En dat zien we nu ook weer. Er is veel te doen rondom de politie, ze gebruiken zwaar geweld, ook in Nederland vallen doden en is er institutioneel racisme, er is een cultuur van toedekken. En wat doet de Tweede Kamer? Die zegt: ja, laten we die mensen stroomstootwapens geven. Dat is absurd. Het is eigenlijk gewoon verzaking van je plicht als volksvertegenwoordiger om niet je budgetrecht te gebruiken en te zeggen: dikke middelvinger, als jij je zaken niet op orde hebt dan krijg je het komend jaar minder geld en het jaar daarop weer minder. Dat zou de Kamer moeten doen.

P: Politiek is dat punten scoren natuurlijk. We kennen allemaal ‘ga eens lekker boeven vangen’. En dat is wat een grote groep van het conservatieve kiesgerechtigde Nederland wil.

T: Maar ook de bange kleinburgers die op Groenlinks en PvdA stemmen hoor, met alle respect.

R: Ja, ik denk dat de politie in Nederland best wel een positief beeld heeft. Dat het toch het mythische idee van handhaven en boeven vangen, dat dat toch wel gewaardeerd wordt. Dat dat een beeld is van de staat van de politie: mensen die het goede willen doen en die rechtvaardigheid willen brengen. Wat overigens een heel wit idee is, maar goed.

P: Je hebt daar misschien een paar verhalen van gehoord, maar volgens mij niet heel erg bekend is dat Nederlandse politie aardig heeft meegewerkt met het vangen en deporteren van Nederlandse joden. De Annefrankstichting vermeldt op hun website bijvoorbeeld dat één op vier van de Nederlandse gedeporteerde joden gevangen is door de Nederlandse politie. Waarbij dat in bijvoorbeeld België veel minder is. Zij wijten dat deels aan… En ik las bijvoorbeeld in een interview met Historisch Nieuwsblad dat dat echt kwam omdat de Nederlandse politie dacht: laten we maar een beetje inschikken, laten we ons een beetje aanpassen aan de nieuwe situatie, een buitenlandse bezetting. Daarvoor hebben ze hun eigen landgenoten ter dood veroordeeld. En dan denk je: die agenten zijn allemaal veroordeeld, maar in datzelfde interview lees je dan bijvoorbeeld dat er jonge officieren waren die het vuile werk deden of wilden doen die dan eind jaren zestig gewoon op belangrijke posities waren terechtgekomen binnen de politie. Eind jaren zestig!

T: En daar werd ook niet over gesproken binnen de politie, daar heerste een soort stiltecultuur rondom.

R: Zeker de eerste jaren na de oorlog. En daarna zat iedereen in het verzet.

P: Probeer eens, als je nu googelt op ‘wat heeft de politie nu eigenlijk gedaan in de Tweede Wereldoorlog?’ dan zijn de populairste hits allemaal ‘hee er waren ook goede agenten, grijs verleden, grijs verleden’.

T: Ik zat nog te lezen in een publicatie en daar werd bijna terloops de opmerking gemaakt dat er in Nederland weinig aandacht is voor de geschiedschrijving van de politie. En dat wordt dan gecontrasteerd met bijvoorbeeld de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar die aandacht er wel is, en in Nederland is het een handjevol specialisten waar soms heel goed kritisch werk wordt gedaan maar ook wel vaak geloof ik veel werk door mensen die uit een soort hobbymatige interesse aanvankelijk bij het onderwerp terechtkomen, waarbij je misschien wel de vraag kunt stellen: wordt dit werk gemotiveerd door sympathie voor de politie of door een soort kritisch perspectief? Maar in Nederland, Romy jij maakte wel een goede opmerking daarover vind ik, in Nederland hebben we heel erg het idee dat de politie een soort… Is dat nu ooit een officiële slogan geweest? De politie is je beste vriend? Dat de politie er voor jou is. En als ik me niet vergis heb je ook die videoclip van Fluitsma en Van Tijn, van ‘Vijftien miljoen mensen’, waar iemand dan ook speels een politiepet afpakt enzo en dat dat helemaal geen consequenties heeft. Er wordt een beetje gedold en een beetje gelachen. Dat dat geromantiseerde beeld van de politie bij ons heel erg nog diep ingebakken zit terwijl dat eigenlijk op een fabeltje is gebaseerd.

R: En vooral een heel wit idee is natuurlijk. Mensen van kleur die drie keer per week worden aangehouden die hebben dat beeld niet. Maar door de witte middenklasse in Nederland is dat natuurlijk een heel romantisch beeld. En ik zou niet durven zeggen of kunnen verklaren waar dat aan ligt, maar misschien toch een soort calvinistische volksaard ofzo. Een soort angst voor gezag. Maar waar dat aan ligt, zou ik eigenlijk niet weten. Maar ik denk wel dat het een heel vastgeroest idee is in Nederland.

T: Misschien kun je dat ook wel materieel uitleggen. Als jij tot de witte middenklasse behoort, is de politie er inderdaad voor jou. Je wordt zelden staande gehouden, preventief gefouilleerd of aangepakt, als je een vreemd verdacht type in je buurt ziet ga je de politie bellen. Dus dan is de politie er inderdaad voor jou. De enige keer dat je met de politie te maken krijgt is als je een boete krijgt omdat je met je Audi te hard over de A1 hebt gereden, of dat je met een slok op van de vrijdagmiddagborrel terugkomt, maar dat is het wel. En dan snap ik dat dat niet op je netvlies is maar dat betekent niet dat de werkelijkheid er niet is. Nog los van het feit dat repressie helemaal niet werkt. Dan moet je wel uitleggen wat je met werken bedoelt, maar als je een veiligere en harmonieuzere, vreedzamere en ook welvarendere samenleving wilt hebben, is elke euro die je uitgeeft aan politie verspild werk. Je wilt dat geld uitgeven aan onderwijs, sociaal werk, aan goede psychologische hulp voor groepen mensen, geestelijke verzorging, soms aan opvang voor mensen die dat nodig hebben. Geef mensen een huis in plaats van dat je ze op straat laat zwerven. Dus het werkt ook nog eens gewoon niet, politie. Het is een repressief middel om allerlei andere problemen maar niet te hoeven zien en er niet meer te hoeven dealen om het ook politiek niet populair is. Maar het is allemaal verspild geld.

P: Dat is ook waarom ze in de Verenigde Staten nu pleiten voor defund of eigenlijk abolish the police. Stop met geld pompen in politieafdelingen. Hef ze desnoods helemaal op. Want bijna alle problemen die momenteel door de politie worden aangepakt, zoals jij zegt Thijs, zijn beter door andere specialisten op te lossen. Betere gezondheidszorg, groter sociaal vangnet. Wanneer een zogenaamd verwarde man bij de Nederlandse Bank loopt zou je er eigenlijk iemand op af willen sturen die getraind is om psychologische hulp te bieden. Wat wij doen, en in de VS nog meer, is gewapende mensen met gebrekkige training erop afsturen.

T: Jij noemt die casus van de Nederlandse Bank, dat was vorig jaar. Dat zijn mensen die later zeggen: ik was echt in paniek. En dan schoten lossen. Ik weet niet of dat onderzoek al is afgerond wat daar precies is gebeurd. Wat hallucinant was in de Verenigde Staten van de week, was dat de politievakbond van New York een woest statement verspreidde waarin ze zeiden: we hebben de afgelopen jaren met zoveel moeten dealen, we handhaven niet alleen het verkeer en de openbare orde maar worden ook op verwarde mensen afgestuurd, we dealen ook met schooluitval, met al dat soort sociale problemen, dit is hoe we ervoor bedankt worden, door mensen die zeggen dat er minder geld naar ons toe moet. Een hallucinante redenering dat ze dus zelf niet begrijpen dat als je geen geld uitgeeft aan goede voorzieningen, aan ervoor zorgen dat mensen niet uit het onderwijs verdwijnen, dat je ervoor zorgt dat mensen met psychische problemen niet op straat komen en dan inderdaad in het vizier van de politie komen, dat inderdaad niet op het bordje van de politie zou moeten liggen. En dat dat dus ook betekent, minder geld, of geen geld, abolish the police.

P: In de stadsbudgetten van verschillende Amerikaanse steden is het absurd hoe ontzettend oververtegenwoordigd de politie daarin is. Er gaan miljoenen, miljarden naar de politie. Die steken met kop en schouders boven de staafgrafieken uit. En dan kleine streepjes, paar eurootjes, naar onderwijs, brandveiligheid, zorg. Het is onverklaarbaar, nee onverdedigbaar.

T: Het is onverdedigbaar maar wel verklaarbaar als je begrijpt dat de politie historisch een instituut is dat bij elk falen meer geld krijgt. Kijk, in Nederland heeft de politie toch een ander, ik wil zeggen de Nederlandse politie is de Amerikaanse politie niet, neemt een andere rol op in de samenleving, er is niet zoveel politie per hoofd van de bevolking in Nederland als in de Verenigde Staten, de context is anders, dus ze zijn niet een op een vergelijkbaar. Maar ik heb weleens het idee dat die gedachte, ze zijn niet vergelijkbaar, ertoe leidt dat in Nederland een beetje kritiek op de politie wordt afgedaan met: we zijn Amerika niet. En dat het dan dus inderdaad weer een beetje wordt weggedrukt. Dat dingen onbespreekbaar blijven omdat we in een soort mantra kunnen schieten van: ja goed, het zal misschien niet allemaal okee zijn maar we zijn tenminste niet zoals de Verenigde Staten.

P: Wat absurd is natuurlijk. Alsof je met de Titanic tegen de ijsberg aantikt en halverwege het zinken zegt: we zijn niet als Atlantis, we zitten nog niet helemaal onder water. Terwijl de problemen die wij hebben in Nederland net als de problemen die in de VS met de politie worden ervaren, ten grondslag liggen aan het instituut politie.

T: En je zou kunnen zeggen: als in Nederland de omstandigheden vergelijkbaar waren met Engeland en de Verenigde Staten, dan had de heersende klasse ook wel meer grond om de politie verder te militaliseren en de repressieve macht van de staat verder uit te breiden.

P: Want hoe groter de ongelijkheid is, des te meer repressie je nodig hebt om die te legitimeren. Er wordt ook wel gezegd dat wanneer mensen zeggen: alle wouten zijn fouten, is dat de politie per definitie klasseverraders zijn. Omdat de status quo een ongelijkheid bewerkstelligt en ook uitvergroot. En de politie handhaaft die status quo en draagt dus bij aan die ongelijkheid. Dat is wat Romy ook zei aan het begin van dit item.

T: En zoals we ook hebben gezien in de geschiedenis is dat de politie wordt ingezet tegen de arbeidersklasse, om op de arbeidersklasse te schieten of te knuppelen of te slaan of te beboeten of eronder te houden of hinderlijk te volgen et cetera. Dus daarom: klassevijanden. Maar er is ook een interessante theoretische discussie te voeren over de vraag: als je nou een socialistische samenleving hebt, is er dan nog politie?

P: Dat is een goede vraag.

T: Ik ben er zelf niet helemaal uit wat ik daar nu over denk. In principe heb je een soort theoretisch, en dat is denk ik een soort orthodox argument, dat egt: de politie is geheel en al een product van het feit dat de heersende klasse haar belangen en bezitsverhoudingen moet beschermen en dus de repressieve macht van de staat moet aanwenden, niet alleen imperialisme en oorlog, met het leger, maar ook naar binnen toe, om haar eigen arbeidersklasse eronder te houden en daarvoor de politie gebruikt. Het grootste deel van wat dan crimineel gedrag is, is bovendien te herleiden tot de vage noemer ‘de openbare orde’ die gaat over het handhaven van een zekere discipline in de openbare ruimte zodat revoluties geen kans krijgen tot stand te komen. Dat is het ene standpunt en volgens mij is dan de logische conclusie: als de politie enkel een product is van de historisch gegroeide bezitsverhoudingen, dan zou er in een socialistische samenleving ook geen politie meer zijn. Ik weet niet zeker of ik daar helemaal van overtuigd ben, omdat er ook een soort ander type misdaad is, die niet denk ik rechtstreeks te herleiden is op de bezitsverhoudingen. Niet elke moord is te herleiden tot iets dat te maken heeft met bezitsverhoudingen.

P: Er komt sowieso een geweldsvraag bij kijken. De politie heeft een geweldsmonopolie, om eigenlijk te zorgen, dat is het uitgangspunt, dat mensen geen geweld tegen elkaar kunnen plegen. Maar in de praktijk is dat niet bepaald zo. Je merkt het bijvoorbeeld bij, trigger warning seksueel misbruik: verkrachtingszaken, die bijna nooit worden opgelost, amper worden gemeld en natuurlijk ook, ik weet niet precies cijfers in Nederland, maar ook in de VS is dat een duidelijke klacht, door de politie zelf gedaan worden. Zij zijn daarin ook gewoon daders.

T: Ik heb daar ook geen duidelijke cijfers van maar ik herinner me bijvoorbeeld dat in het recente verleden in wat in de Nederlandse pers eufemistisch een ‘gezinsdrama’ heet, waarbij een agent met zijn dienstwapen zijn gezin om het elven brengt.

P: Terwijl hij dat wapen alleen kan hebben, of in ieder geval heeft, omdat hem dat geleverd is vanwege zijn functie. Ik kom uit Dordrecht, waar ook die opmerkelijke zaak was in de wijk Sterrenburg, waar een politieagent een tienermeisje had ontvoerd en vermoord.

T: Maar goed, dit zijn heel complexe vragen denk ik die wel ingrijpen in die theoretische vraag van of er politie is na de revolutie in een socialistisch samenleving. Ik weet het antwoord niet omdat ik toch merk dat op het moment dat dit soort zaken heel complex worden, dat ik niet weet of je alles op een orthodoxe en starre manier kunt reduceren tot de kapitalistische bezitsverhoudingen. Maar wat ik wel weet, is dat alle linkse mensen elkaar de hand kunnen schudden in het besef dat in ieder geval het reduceren van de politie, het nuttig besteden van geld, en de politie op zijn minst terugbrengen tot een absolute minimale kerntaak die te maken heeft met het welzijn van mensen en de openbare orde en het daadwerkelijk hulpvaardig opstellen naar gewone mensen, dat daar wel wat over te zeggen valt. De eeuwenlange tendens, die werkelijk twee eeuwen teruggaat, van het steeds zwaarder bewapenen van de politie, het verhogen van de budgetten en het opvoeren van de hoeveelheid politie in het straatbeeld, dat die gekenterd moet worden en dat alle partijen zouden moeten zeggen: tot hier en niet verder. We gaan het geld zinvol investeren en dat betekent dat we ons budgetrecht zowel op lokaal niveau als in de Tweede Kamer gaan gebruiken om die budgetten van de politie eens even keihard op te schonen. En daar is nu meer dan ooit reden toe, zou ik zeggen. De politie vergrijst en moet naar eigen zeggen, zoals we de politie op het woord geloven, iets van 15.000 agenten opleiden.

P: Wat redelijk van je.

T: Ja, nou dan gaan we gewoon zeggen, mooi niet. Uitstekend moment om via een soort natuurlijke afvloeiing de politiemacht te verkleinen. Dat is een uitstekend idee. En als de politie dan zegt: dan kunnen we allerlei belangrijke dingen niet meer doen, dan mogen ze motiveren wat er echt belangrijk is en dan gaan we het daarover hebben. Maar het idee dat het een soort natuurlijk proces zou moeten zijn dat de politie almaar groter en aanweziger wordt, is een absurd idee en wat mij betreft ook geen democratisch idee. Omdat het alleen maar voortkomt uit het verlangen om te controleren en te domineren en in ieder geval een lange, vieze voorgeschiedenis heeft.

P: ik vind het in ieder geval fijn dat zo’n idee van defund the police, abolish the police, zo’n anarchistisch idee, opeens gemeengoed wordt. Maar dat het toch weer op zoveel weerstand stuit bij zelfs de zogenaamde touwtjes-in-de-brievenbusmensen, die eigenlijk ook sceptisch zouden moeten zijn tegen concentratie van macht, die het liefst een wijkagent zouden zien, dan zou zo’n defund the police waarbij de concentratie van macht wordt opgebroken, hen als muziek in de oren moeten klinken.

T: Maar dat is nog een lange weg te gaan voor veel Nederlandse politieke partijen. Ik herinner me echt nog vorig jaar dat in de Amsterdamse gemeenteraad naar aanleiding van het incident bij de Nederlandse Bank Bij1-politica Sylvana Simons zei dat er heel veel niet-witte Amsterdammers zijn die zich zorgen maken slachtoffer te worden van politiegeweld, dat zij aandacht vroeg voor dat er toch ongelofelijk veel kogels zijn afgevuurd en dat zij vragen stelde over of dit excessief was. En de hele gemeenteraad in een soort emotionele schreeuwbui kreeg ze over zich heen. Hoe durfde ze de integriteit van de politie ter discussie te stellen. Dus Nederland heeft nog een heel lange weg te gaan als het stellen van vragen in zo’n ogenschijnlijk linkse stad als Amsterdam meteen het geschreeuw en geblèr ontketent en de maskers toch wel echt afvaleln.

R: Het huidige wetsvoorstel dat er nu ligt getuigt ook van wat Thijs uitlegt, het niet aan de macht van de politie willen tornen en ze niet eens meer als verdachte behandelen bij geweldsincidenten. Ik denk dat Thijs daarin wel gelijk heeft dat er nog een lange weg te gaan is.

P: En velen zouden daarop antwoorden: alle wouten zijn fouten. Wij niet, maar velen.

T: Maar gewoon, als afsluitende opmerking, het functioneren, de omvang, de rol en de plaats van de politie in de samenleving een keer als een werkelijk politiek probleem beschouwen, dat gebeurt helemaal niet in Nederland en dat is echt een probleem want dat betekent dat de politie inderdaad kan wegkomen met het toedekken van misstanden omdat het zich er altijd van verzekerd weet: bij kritiek sluit de gemeenteraad of de Tweede Kamer de rijen en gaat bijna als één man achter de politie staan. Dat is een recept denk ik voor corruptie, voor misstanden, voor slecht functioneren en, als je ze zwaarder wapentuig geeft zoals een stroomstootwapen, ook voor escalerend geweld.

[tune die een nieuwe onderwerp aankondigt]

T: En daarmee zijn we aan het eind gekomen van deze aflevering. Het ging rap, maar hij is wel lang. Dat betekent dat het tijd is voor het redelijke midden van deze weel. Pim, wil jij de aftrap doen?

P: Ja. Het redelijke midden van deze week is: als BOA’s inderdaad een wapenstok krijgen, dan alleen in een Colosseum waar ze elkaar te lijf gaan voor het vermaak van demonstranten tegen politiegeweld.

T: Okee. Ja, ik zie het voor me. Ik heb er een beeld bij.

P: En als ze weigeren te vechten, laten we de leeuwen los.

T: Ja, laat de leeuw niet in z’n hempie staan. Romy, wat is jouw redelijke midden van deze week?

R: Mijn redelijke midden van deze week is: er wordt gehoor gegeven aan Thierry’s wens om de NPO te saneren, maar alleen Simone Weimans blijft.

T: Uitstekend. Mijn redelijke midden van deze week is: in reactie op het voorstel van Claudia de Breij om gewoon veel meer standbeelden bij die oude te zetten, hevelen we het volledige budget van de politie over naar de kunstsector en vorderen we alle marmeren vloeren en aanrechtbladeren van de bourgeoisie. Die beelden moeten ergens van gemaakt worden.

P: Hier op de hoek bij mij bij de J.P. Coenstraat hebben ze er ook een hoop.

T: Nice. Okee. Daarmee zijn we aan het einde van de uitzending. Check vooral onze shownotes want we zullen een hoop bronnen toevoegen. Wij waren Romy, Pim en Thijs, en je kunt ons volgen op Twitter. Romy kun je volgen op @haatheks, Pim kun je volgen op @bvdpim en je kunt mij volgen op @kleinpastethijs en we zien je daar graag. En natuurlijk volgende week weer bij onze volgende uitzending.

P: Met een mystery guest!

R: Doehoei.